“Verplichte leerplekken in bouw regio Holland Rijnland” kopte het Leids Dagblad afgelopen week. Menig bouwend ondernemer zal gedacht hebben: wat moet ik nú weer van de overheid? Ik kan me de indruk voorstellen. Ook ik heb me jarenlang verzet tegen dit soort regeldrift.
Ik heb me echter laten overtuigen. Door de brancheorganisatie, door het ROC en door de praktijk. Met een beperkt aantal projecten hebben we ervaring op gedaan en zowel de aannemer als de opdrachtgever (de overheid) waren positief.
In een zeer slappe markt dreigt iedere aanbesteding van een bouwproject uit te lopen op een ‘race to the bottom’: een enveloppen-race met een sub-optimaal resultaat. De allerlaagste prijs brengt als risico een bouwplaats met weinig kwaliteit, veel importarbeid en daardoor weinig kansen voor jongeren om zich in de sector te ontwikkelen.
Bouwend Nederland wijst op de kansrijke perspectieven voor de toekomst: er zal weer vraag komen naar goed geschoold personeel, mede door de vergrijzing, maar ook doordat ‘eens’ de markt weer aan zal trekken. Het ROC wijst tegelijk op jongeren die geen leer-werk-plek (in jargon: BBL-traject) kunnen vinden. Ook in de reïntegratie zijn goede werkkrachten beschikbaar, die helaas ervaring of diploma missen om echt aan de slag te komen.
In Holland Rijnland spreken we daarom samen met de branche over een aanpak, die er voor zorgt dat meer mensen een goede opleiding in de bouw krijgen. Dit gaan we hopelijk doen door meer projecten de kwalificatie leerlingbouwplaats te geven. De bouwplaats voldoet dan aan een aantal eisen om een goede opleidingsplek te zijn. Dat kunnen we combineren met ‘social return’, een voorwaarde in het bestek waarbij voor een bepaald percentage van de aanneemsom groepen werknemers aangenomen worden, die er anders niet zo snel tussen kwamen. Ook dat is een investering in mensen én in de sector.
In Leiden hebben we goede ervaring met deze aanpak. Het Werkplein (toeval of niet) is verbouwd met dit model. Dit zorgde er voor dat een handvol jongeren zich kon bewijzen, een diploma kon halen en zelfs in dienst kon komen van het bouwbedrijf. De aannemer bevestigde, dat hij dit niet zonder onze voorwaarden had gedaan, maar zeer tevreden was over het resultaat. Doordat er ook leermeesters op de bouwplek gewenst waren, kon hij ook aan oudere werknemers een nieuwe rol en uitdaging geven. Hierdoor was ook de kwaliteit beter gewaarborgd.
Als we het goed aanpakken, wordt de huidige crisis in de bouw geen ‘race to the bottom’, maar een ‘race to the top’. Investeren in de scholing van nieuwe werkkrachten, maakt de sector op termijn sterker. Bouwprojecten kunnen dan met meer kwaliteit opgeleverd worden en de Nederlandse bouw zal in Europa bekend staan als een sector die investeert in scholing. Een convenant in Holland Rijnland kan hopelijk jongeren en andere werklozen helpen om te starten met hun ‘race to the top’!
31 januari 2012 om 22:40
Wat in de bouw kan, kan eigenlijk in elke aanbesteding door de overheid. Het maakt de prijs minder belangrijk in een aanbesteding, het gaat nu ook echt om kwaliteit van de organisatie. Bedrijven die dat op orde hebben, vinden dat niet zo moeilijk om te regelen. De prijsstunters vallen dan vanzelf buiten de boot. Economisch gezien is dat op lange termijn voor iedereen het beste.